Met de Nederlandse banken valt goed te onderhandelen tijdens een kredietaanvraag. Zelfs de eisen aan cash flow en bedrijfskundige ratio's zoals solvabiliteit zijn niet spijkerhard. Door loven en bieden kan een goede onderneming concessies afdwingen.
Met de Nederlandse banken valt goed te onderhandelen tijdens een kredietaanvraag. Zelfs de eisen aan cash flow en bedrijfskundige ratio's zoals solvabiliteit zijn niet spijkerhard. Door loven en bieden kan een goede onderneming concessies afdwingen.
Een bedrijf dat met precies dezelfde kredietaanvraag aanklopt bij verschillende banken zal bij elke bank een andere respons krijgen. Zelfs binnen een en dezelfde bank zullen de reacties verschillen. Er zijn geen harde maatstaven om te bepalen hoe kredietwaardig een onderneming is. Een kredietverlener gaat af op zijn financieel instinct, zijn ervaring en zijn persoonlijke interesses en voorkeuren.
Een en ander neemt niet weg dat de meeste banken wel dezelfde aandachtspunten hebben wanneer ze een kredietaanvraag analyseren. Ze letten in de regel op:
De branche waarin de onderneming actief is. Een van de belangrijkste aandachtspunten
, zegt
ir. J. Molenaar, hoofd financiering West-Nederland van de Rabobank. In een branche die erg
stabiel en voorspelbaar is, zijn wij tevreden met kleinere marges dan gebruikelijk.
Bij de financiering van een kantoorgebouw dat voor twintig jaar aan de staat is verhuurd,
bijvoorbeeld, en waarvan vrijwel zeker is dat die inkomsten ook binnenkomen.
Omgekeerd zal een bank minder toeschietelijk zijn als van een riskante branche sprake is.
Molenaar geeft het voorbeeld van iemand die een bedrijf een fabriek voor computerapparatuur
wil starten. Mr. A van der Veer, hoofd account management van Staal Bankiers en C. Montens,
directeur kredieten Van Lanschot noemen commercieel onroerend goed en de horeca als moeilijke branches.
Een bank heeft liever een goed bedrijf in slechte branche dan een slecht bedrijf in een goede branche.
Een bestaande klant waarvan we weten dat hij het consequent beter doet dan voor de branche gebruikelijk is, kan normaliter op ons rekenen,
ook als de vooruitzichten voor de branche als geheel wat minder zijn
, zegt ir. J. Lindenbergh, lid van de Raad van Bestuur van de ING Bank.
Een gezonde cash flow: Een conditio sine qua non
, aldus Molenaar. Als een bedrijf daar slecht scoort, beginnen we er niet aan. Tenzij het om duidelijk aanwijsbare aanloopverliezen gaat.
De verwachte cash flow moet groter zijn dan de verplichtingen voor rente en aflossing. Hoeveel hoger staat in kader 1.
De Rabobank en ABN AMRO hanteren een surplus van minimaal 25% als richtlijn.
Rabo voegt hier aan toe: voor een bedrijf in een stabiele branche.
Staal Bankiers en Van Lanschot kunnen geen concreet percentage noemen.
Volgens Staal is het percentage is arbitrair, afhankelijk van de betreffende kredietaanvraag.
Van Lanschot zegt niet te werken met procentuele marges. Montens: Wij kijken naar absolute
bedragen. We meten de cash flow af tegen de aflossingsverplichtingen en vervangingsinvesteringen.
Het saldo moet voldoende positief zijn.
ING doet geen uitspraak over eisen aan de cash flow.
Bij de beoordeling van een kredietaanvraag kijken banken naar de verschillende bedrijfseconomische
ratio's die `sinds mensenheugenis door alle bankiers gebruikt', in de woorden van Lindenbergh.
Alle banken achten solvabiliteit de belangrijkste ratio. Waarom? Mocht de betalingscapaciteit
om een of andere reden niet voldoende blijken, dan dient het bedrijf op zijn minst over een
goede solvabiliteit te beschikken. Als de cash flow tegenvalt, moet het bedrijf maatregelen
kunnen nemen om te overleven. De gewenste minimum verhouding tussen eigen vermogen en totaal
vermogen is afhankelijk van het soort activa en branche. Dienstverleners en detaillisten hebben
in het algemeen een vrij flexibele kostenstructuur. Een uitzendbureau, bijvoorbeeld, kan makkelijk
besparen door personeel te ontslaan. Ook hebben ze meestal weinig activa nodig. En de activa die
hebben, kunnen ze ook makkelijk afstoten. Molenaar: Die activa zijn weinig risicovol, want weinig
specifiek. Dat is anders bij een fabriek met machines die alleen daar kunnen worden ingezet.
De richtlijnen die wij voor solvabiliteit hanteren zal al snel boven de veertig procent liggen.
Zie kader 2.
De Rabobank, ABN Amro en Van Lanschot hanteren als richtlijn een minimumsolvabiliteit van 20% voor
dienstverlening en detailhandel. Bij industriële ondernemingen geldt 30-40% als ondergrens.
De Rabobank voegt hieraan toe dat afwijkingen naar boven en beneden mogelijk zijn. De verlangde
solvabiliteit schommelt in de praktijk tussen 10 en 80%, aldus Molenaar.
Bij van Van Lanschot geldt een minimumsolvabiliteit die uiteenloopt van 25 (dienstverlening) tot 50% (industrie) als richtlijn.
Ten slotte, voor het geval de onderneming kopje onder mocht gaan, zal de bank zekerheden vragen
als dekking. Hoewel bankiers meer belang hechten aan cash flow en solvabiliteit, worden zekerheden
steeds belangrijker, zegt Lindenbergh. Daartoe aangemoedigd door de stevige concurrentie hebben
de banken de laatste jaren vooral gekeken naar cash flow en ratio's. Nu de conjunctuur tegenzit,
zie je dat banken wat meer aandacht hebben voor het onderpand.
Als dekking wil de bank zeker zijn
van een bepaald percentage van de executiewaarde van de bezittingen.
Zie kader 3 voor de gehanteerde zekerheidspercentages.
De Rabobank wil in de regel voor onroerende goederen 70-90% van de getaxeerde executiewaarde.
Voor debiteuren, voorraden, inventaris en machines wordt 50-60% aangehouden. ABN Amro en Staal hanteren dezelfde percentages.
Van Lanschot hanteert bij onroerend goed 70-80% van getaxeerde executiewaarde als richtlijn.
Voor debiteuren is dit 70%, voor voorraden en inventaris 50.
ING noemt geen percentages.
Correct cijfermateriaal vinden bankiers -cijferaars bij uitstek- van het grootste belang.
Zeker de financiële cijfers moeten kloppen. Wanneer iemand de zaak te mooi voorstelt,
kan dat de relatie met de bank ernstig verstoren. Althans wanneer hij de bank voor voldongen
feiten stelt, in plaats van tijdig te laten weten dat zijn prognoses niet uitkomen. De bank
verliest dan vertrouwen in de ondernemer. Uiteindelijk is hij dan slechter af
, zegt Molenaar.
Management en organisatie. In het verleden lag de nadruk vooral op de koude cijfertjes, in
de afgelopen jaren is de kwaliteit van het management veel belangrijker geworden bij de
beoordeling van kredietaanvragen
, zegt Mr. A van der Veer. Voor Van Lanschot is de kwaliteit
van het management zelfs het belangrijkste aandachtspunt. Om de kwaliteit van het management
te toetsen, kijkt de bank met name naar de prestaties die het management in het verleden
heeft geleverd. Ook zal erop worden gelet hoe het management wordt beoordeeld door het eigen personeel.
Persoonlijke indrukken die de bankier heeft van degene die een krediet aanvraagt spelen ook
een grote rol. Molenaar: Zeker wanneer het een klein of middelgroot bedrijf is. Het is dan
belangrijk te weten wie de ondernemer is, aangezien hij zo'n sterke invloed uitoefent op zijn
bedrijf. Bij de kredietaanvraag van een groot bedrijf kijken we eerder naar de organisatie.
Wordt de administratie goed bijgehouden, bijvoorbeeld? Zijn de prognoses van verleden jaar uitgekomen?
Een andere factor is de omvang van het gevraagde bedrag. Hoe hoger het bedrag, hoe hoger in
de bankhiërarchie wordt beslist over toekenning. De afstand tussen de kredietaanvrager
wordt groter, en daardoor gaan de financiële gegevens zwaarder wegen. De autorisatieniveau's
verschillen van bank tot bank.
Een indicatie kan wel worden gegeven:
Als een bedrijf slecht scoort op cash flow, dan beginnen we er meestal niet aan. Maar stel een bedrijf is ontzettend rendabel en het ziet er naar uit dat het dat in de toekomst zal blijven. Dan kunnen we concessies doen in de sfeer van de solvabiliteit.
Of een hoog tarief, al komt dat niet zo vaak voor, zegt Molenaar. Omgekeerd komt een bedrijf in aanmerking voor een bonus als het volgens de bank bovengemiddeld kredietwaardig is.
Een lager tarief is denkbaar. Wel zal het altijd gaan om een marginaal onderscheid. In Angelsaksische landen zijn de verschillen veel groter. Daar tref je verschillen van 4 tot 5 procent aan. Hier is dat ondenkbaar.
Geplaatst door: